Het nut en noodzaak van doorstroom

Bij multinationals is het vaak een richtlijn dat managers niet langer dan 5 jaar dezelfde positie mogen bekleden. Daarna worden posities gewisseld, vaak naar een volledig andere afdeling of divisie. Vroeger dacht ik dat ze dat deden om de mensen tevreden te houden. Nu kijk ik daar anders tegenaan. Het is gezond om als bedrijf doorstroom te hebben op sleutelposities. Dat klinkt u misschien raar in de oren, mensen opleiden kost juist toch geld?

De rol van de manager

Een manager vervult verschillende taken. Enerzijds is hij/zij gericht op de taakuitvoering (producent/coordinator/controleur), anderzijds gericht op teambuilding (mentor/stimulator/bemiddelaar). En in sommige gevallen ook de innovator of entrepreneur.

De manager moet in de eerste plaats de werkwijze, procedures en processen borgen waardoor medewerkers hun taken goed kunnen uitvoeren. Dit proces moet onafhankelijk van de manager altijd blijven doordraaien. Elke nieuwe manager moet waarde toevoegen aan dit proces. Dit is waar veel bedrijven falen en onvoldoende aandacht aan geven. Managers lijken daardoor onmisbaar te worden, maar eigenlijk creëren ze dat zelf. Ik ben in mijn carrière zelden beoordeeld of gevraagd hoe het met borging van essentiële processen staat. Of mijn medewerkers hun taken nog kunnen uitvoeren als ik zou wegvallen, hoe ik dat vastgelegd heb.

Waarom doen we dit in een productieomgeving wel, maar in veel mindere mate als het gaat om afdelingen als marketing, sales of productmanagement? Stel dat we dit zouden borgen, dan kan een manager eenvoudiger wegvallen. Medewerkers daarentegen ook.

De invloed van de manager

Als iemand lange tijd op een positie zit dan wordt de afdeling ‘als een jas’ om de persoon gevormd. Dingen gaan zoals ze gaan, dingen gaan zoals we ze altijd gedaan hebben. Medewerkers gaan denken voor hun leidinggevende, reacties worden immers voorspelbaar. Met als gevolg, het creatieve proces valt dood. (Als de manager niet uitblinkt als stimulator of entrepreneursbloed heeft.)

Maar ook relaties worden opgebouwd met klanten, leveranciers en andere stakeholders. Relaties die een persoonlijk karakter krijgen en daardoor de uitzondering gaan worden op strakke beleidsregels. “Wij hebben zo’n lange relatie, voor hem/haar geldt dit niet.”

De medewerkers weten niet meer waar ze aan toe zijn en beleid wordt ervaren als “er is überhaubt geen beleid” of “we gaan van links naar rechts”. De directie daarentegen vindt wel dat er beleid is en begrijpt de onvrede op de werkvloer niet. Die zien immers het gedrag op detailniveau van de manager niet. Dit is een heel lastig te doorbreken cultuurprobleem!

Verandering geeft swung

Wat zou er nu gebeuren als een manager weet dat hij rouleert en deze afdeling 3 tot maximaal 5 jaar aanstuurt? Is iemand dan niet veel bewuster bezig met de structuur? Ook worden voorkeursrelaties of persoonlijke werkwijzen ondergeschikt aan het belang van het bedrijf. In een kleinere onderneming is dit natuurlijk niet mogelijk. Er zijn geen vijf divisies of verschillende category managers. Ook zullen er legio voorbeelden zijn waarin het wel goed gaat.

Maar het is wel iets om bij stil te staan hoe dit bij u zit. Is het goed dat de bedrijfsvoering zich vormt om de persoon? Wat ook vaak gebeurt is dat bij promotie van de manager een medewerker naar voren wordt geschoven die uitstekend in de jas past die gecreëerd is. Maar soms is het goed om een frisse wind te laten waaien…